Het probleem van fossiele brandstoffen

Over fotosynthese, moerassen en industrie

Planten bestaan voor een groot deel uit koolstof. Ze maken dit door met behulp van zonlicht en water CO2 uit de lucht te halen: fotosynthese. Dieren eten planten om aan energie te komen. Daarbij verbranden ze de koolstof met behulp van zuurstof en daarbij komt de CO2 weer vrij. Een prima cyclus van moeder natuur.

Zo’n 300 miljoen jaar geleden was het warm en vochtig op aarde. Overal groeiden planten, die vaak in de moerassen vielen als ze doodgingen. Ze rotten nauwelijks weg omdat er weinig zuurstof in het moeras zat. Miljoenen jaren lang groeide zo een enorme voorraad koolstof die steeds dieper wegzonk en steeds geconcentreerder werd: steenkool. In de zeeën gebeurde ongeveer hetzelfde met dode zeedieren en -planten. Hier ontstond aardolie. Door de warmte op die diepte, kwam er methaan vrij uit de aardolie en de steenkool. Dat is aardgas.  

In de grond zitten dus enorme voorraden koolstof in vaste-, vloeibare- en gasvorm. Zolang die daar blijven is er weinig aan de hand. Maar sinds de industriële revolutie halen we grote hoeveelheden van deze koolstof uit de grond. Door deze te verbranden maken we er energie van voor industrie, vervoer en huishoudens. Zo komt er ineens veel extra CO2 in de lucht. En dat zorgt voor opwarming van de aarde.

Meer weten?

300 jaar fossiele brandstoffen in 300 seconden?

Waar komt aardolie vandaan?

Waar komt aardgas vandaan?

Mogen wij
cookies plaatsen?
EnergieGenie bevat functies welke afhankelijk zijn van cookies.
Ik accepteer alle cookies
Ik accepteer alle cookies
Ik accepteer alle cookies
Ik accepteer alleen noodzakelijke cookies