Map je mind

Om goed zicht te krijgen op je onderwerp kun je het beste beginnen met een mindmap. In een mindmap bedenk je welke onderwerpen en vragen samenhangen met het onderwerp dat jij hebt gekozen. Eigenlijk net zoals in een woordspin of woordweb. Mindmappen kun je op papier of op de computer.

Op Papier

Neem een groot vel papier, liefst groter dan A4. Zet in het midden je onderwerp. Bedenk nu 5 tot 10 onderwerpen die met je onderwerp te maken hebben. Zet ze om het middelste onderwerp heen. Liefst in verschillende kleuren en in een paar woorden. Zet nu om die onderwerpen weer andere onderwerpen heen. Dit mogen ook vragen zijn. Hebben ze iets met een ander onderwerp te maken, trek daar dan een lijntje heen. Als je wilt kun je ook kleine tekeningen in je mindmap maken. Dit helpt je hersenen zich een beeld te vormen.

Op de computer

Vaak is het handig je mindmap op de computer te maken. Je kunt dan makkelijker dingen aanpassen. Een mooie tool om mee te mindmappen is Popplet. Dit programma kun je ook goed gebruiken bij stap 4: de presentatie. Wil je liever mindmappen zonder een account aan te maken, dan kan dat bijvoorbeeld op https://bubbl.us. Wikipedia heeft ook een tool om mindmaps mee te maken. Deze maakt zelf een web van begrippen rond jouw onderwerp. Het handige is dat je die begrippen meteen kunt aanklikken. Deze mindmap kan jouw eigen mindmap natuurlijk niet vervangen, maar brengt je misschien wel op idee├źn.

En dan?

De mindmap helpt je je gedachten te ordenen. Zo kom je op onderwerpen en verbanden waar je anders misschien niet aan zou denken. In het voorbeeld zie je dat de gedachte aan de watermolen iemand op het idee bracht dat waterkracht in Nederland misschien toch wel kan. Zie het lijntje van groen naar roze. Dat kan een aardige deelvraag voor het werkstuk zijn. Uiteindelijk zul je zien dat sommige takken van je mindmap goed te gebruiken zijn voor je werkstuk en andere niet. Je kunt de mindmap bijvoorbeeld gebruiken bij stap 3 Zoek informatie en stap 4 Spreekbeurt.

line

 

mindmap